Betogingen,
vernielingen, agressie, onveiligheid en een groeiend gebrek aan respect. Het
lijkt alsof onze samenleving steeds verder ontspoort. De ontevredenheid groeit,
het vertrouwen in de instellingen brokkelt af en de gewone burger vraagt zich
steeds vaker af: wie heeft hier eigenlijk nog de leiding?
Misschien wordt het hoog
tijd dat we niet alleen kijken naar wie de regels overtreedt, maar vooral naar
wie verantwoordelijk is voor het bewaken ervan. Want laten we eerlijk zijn:
falend leiderschap, pover management en een schrijnend gebrek aan
verantwoordelijkheidszin zijn minstens even grote problemen als de ontsporingen
die we dagelijks vaststellen.
Enkele voorbeelden.
DE POLITIE: EERST EEN
AFSPRAAK MAKEN OM EEN AANGIFTE TE DOEN?
De politie is er toch
voor de burger? Of vergis ik mij?
In mijn stad moet je
eerst een afspraak maken om bij de lokale politie terecht te kunnen. Is dat werkelijk de dienstverlening die de
burger vandaag mag verwachten van een politie die er in de eerste plaats is om
hem te helpen en te beschermen?
Uiteraard begrijp ik dat
een politiedienst georganiseerd moet worden. Maar er is toch een wezenlijk
verschil tussen een afspraak voor een administratieve aangelegenheid en een
burger die slachtoffer is geworden van een strafbaar feit en aangifte
wil doen.
Wanneer procedures en
afspraken een drempel vormen om bij de politie terecht te kunnen, moeten we ons
ernstig afvragen of we nog wel goed bezig zijn.
Sinds wanneer moet een
burger eerst een afspraak regelen om een probleem te melden waarvoor de politie
juist bestaat? Is de dienstverlening er voor de burger, of moet de burger zich
steeds verder aanpassen aan de bureaucratie?
En dan is er nog de
wijkagent. Waar is die gebleven?
Vroeger was de wijkagent
een herkenbaar gezicht in de buurt. Hij kende de straten, wist wat er leefde,
kende de bewoners en merkte problemen op voordat ze uit de hand liepen. Hij was
aanspreekbaar en vormde een belangrijke schakel tussen de burger en de politie.
Vandaag lijkt die
vertrouwde aanwezigheid in heel wat buurten naar de achtergrond verdwenen.
Sommige bewoners kennen hun wijkagent zelfs niet meer.
Sta daar eens bij stil.
Een buurt kent haar wijkagent(e) niet meer! Wie is hij of zij? Hoe heet hij of
zij? Wanneer zien we hem of haar nog eens in de straat? En bij wie kunnen
bewoners terecht wanneer er overlast is of wanneer problemen dreigen te
escaleren?
Een wijkagent die de
buurt niet meer zichtbaar kent en door de bewoners niet meer wordt herkend,
verliest een belangrijk deel van zijn verbindende rol.
De wijkagent is nochtans
veel meer dan iemand die af en toe door de straat rijdt. Hij kan overlast
sneller opmerken, signalen opvangen, bewoners te woord staan en helpen
voorkomen dat kleine problemen uitgroeien tot grotere conflicten. Hij vormt een
belangrijke schakel tussen preventie, veiligheid en vertrouwen.
Natuurlijk staan
politiediensten onder druk en moeten ze uiteenlopende opdrachten uitvoeren.
Maar dat ontslaat de verantwoordelijken niet van de plicht om ervoor te zorgen
dat de wijkagent zijn rol daadwerkelijk kan vervullen.
Daarom mogen we het
stadsbestuur en de politieverantwoordelijken gerust enkele concrete vragen
stellen: hoe toegankelijk is onze lokale politie werkelijk? Hoe kan een burger
snel aangifte doen? En welke inspanningen worden geleverd om de wijkagent
opnieuw zichtbaar en aanspreekbaar te maken?
Soms vraag ik me af of
we met de vroegere rijkswacht niet meer herkenbaarheid en aanwezigheid op
straat hadden. Het verleden was zeker niet perfect, maar de vraag mag gesteld
worden: hebben we onze veiligheidsdiensten werkelijk dichter bij de burger gebracht,
of hebben we vooral nieuwe structuren en procedures gecreëerd?
Veiligheid begint niet
alleen wanneer de politie moet ingrijpen. Ze begint ook bij aanwezigheid,
aanspreekbaarheid en vertrouwen.
De politie moet er zijn
voor de burger. Niet alleen op papier, niet alleen via procedures, maar ook in
de praktijk.
VADERLANDSLIEFDE: MEER
DAN EEN ETIKET
Van nieuwkomers
verwachten we terecht dat ze zich integreren, onze wetten naleven en onze
waarden en normen respecteren. Maar mogen we diezelfde maatstaf dan niet op
onszelf toepassen?
Bij sommige
vaderlandslievende verenigingen, die het vaderland en het koningshuis hoog in
het vaandel dragen, krijgen leden van het Vlaams Belang een prominente rol,
terwijl elders voormalige kopstukken van de Volksunie mee de koers bepalen.
Dat roept vragen op over
de betekenis van vaderlandsliefde, de politieke onafhankelijkheid van zulke
verenigingen en de samenhang die we als samenleving willen nastreven.
Vaderlandsliefde is toch
meer dan een vlag, een slogan of een etiket dat men naar eigen goeddunken
opplakt? Ze zou ook moeten blijken uit respect, verantwoordelijkheidszin en de
bereidheid om het algemeen belang boven het eigen politieke voordeel te
plaatsen.
Wie hoge eisen stelt aan
anderen, moet bereid zijn dezelfde kritische blik op zichzelf toe te passen.
JUSTITIE: ERNSTIGE ZAKEN
OF MEDIASPEKTAKELS?
Ook justitie en de
advocatuur verdienen een kritische blik.
Assisenprocessen groeien
soms uit tot ware mediaspektakels. Advocaten komen uitgebreid in beeld,
verklaringen worden breed uitgesmeerd en de media spelen gretig in op de
publieke belangstelling.
Maar waar blijven de
beroepsethiek, de deontologie en het respect voor de ernst van justitie? Hoe
bewaken we de professionele grenzen zonder afbreuk te doen aan het recht op een
eerlijk proces?
En welke rol nemen de
toezichthoudende instanties daarin op?
Justitie moet
onafhankelijk kunnen werken en iedereen heeft recht op een degelijke
verdediging. Net daarom moeten professionaliteit, terughoudendheid en respect
voor de rechtsstaat centraal blijven staan.
Wie waakt erover dat die
principes niet naar de achtergrond verdwijnen wanneer de media-aandacht
toeneemt?
KRITIEK MAG BLIJKBAAR
NIET MEER
Wie vandaag zijn
bezorgdheid uit of vragen stelt bij bepaalde maatschappelijke evoluties, krijgt
al snel het etiket lastig, ongepast of politiek incorrect opgeplakt.
Maar sinds wanneer is
kritische vragen stellen een probleem geworden?
Een gezonde democratie
heeft geen behoefte aan een stilzwijgende bevolking die alles zomaar aanvaardt.
Ze heeft nood aan burgers die vragen durven stellen, bestuurders die daarop
antwoorden en instellingen die bereid zijn hun eigen werking kritisch te
onderzoeken.
Kritiek is geen aanval
op de samenleving. Integendeel: ze kan een noodzakelijke waarschuwing zijn
wanneer het beleid tekortschiet.
Wie elke kritische stem
probeert te neutraliseren, moet niet verbaasd zijn wanneer het vertrouwen
verder afneemt.
EN ONZE JONGEREN? WIE
NEEMT DE VERANTWOORDELIJKHEID?
Ook over onze jongeren
moeten we durven spreken.
Wie volgt op dat
leerlingen tijdens de schooluren daadwerkelijk op school aanwezig zijn? Welke
verantwoordelijkheid nemen ouders, scholen en bevoegde instanties wanneer
jongeren zonder duidelijke reden op straat rondhangen?
Natuurlijk zijn er
jongeren die met problemen kampen en ondersteuning nodig hebben. Niet elk
probleem is met strengere regels op te lossen.
Maar regels die niet
worden opgevolgd, verliezen hun betekenis. En verantwoordelijkheden die
voortdurend worden doorgeschoven, verdwijnen uiteindelijk tussen de mazen van
het net.
Opvoeding, onderwijs en
handhaving vragen samenwerking én duidelijkheid. Ouders, scholen en overheid
hebben elk hun rol. Het is tijd dat we die verantwoordelijkheden opnieuw
ernstig nemen.
VEEL REGELS VOOR DE
BURGER, WEINIG VERANTWOORDING AAN DE TOP
Ik zou nog tientallen
voorbeelden kunnen aanhalen. Maar de kern van het probleem ligt dieper dan
afzonderlijke incidenten.
We leven in een
samenleving waarin de gewone burger steeds meer verplichtingen krijgt, steeds
meer formulieren moet invullen en steeds vaker moet aantonen dat hij alles
correct doet. Meer zelfs voor ouderen wordt het moeilijker en moeilijker om
digitaal nog te volgen.
Maar wanneer
bestuurders, verantwoordelijken of instellingen tekortschieten, lijken excuses,
procedures, commissies en doorschuifpolitiek soms voldoende om de storm te
laten overwaaien.
Waar blijft de
persoonlijke verantwoordelijkheid?
Waar zijn de bestuurders
die niet alleen verklaren dat ze de bezorgdheid begrijpen, maar ook concrete
maatregelen nemen? Waar zijn de leidinggevenden die fouten erkennen, bijsturen
en bereid zijn verantwoording af te leggen?
Leiderschap betekent
niet dat je voortdurend verklaringen aflegt of moeilijke beslissingen voor je
uitschuift. Leiderschap betekent dat je verantwoordelijkheid neemt, knopen
doorhakt en de gevolgen van je beslissingen durft te dragen.
Dat is wat burgers mogen
verwachten. Niet meer, maar zeker ook niet minder.
WIE STAAT ER NOG OP?
Mijn vraag is eenvoudig:
WIE STAAT ER NOG OP?
Wie durft opnieuw
duidelijke grenzen te trekken? Wie verdedigt de openbare orde zonder de
rechtsstaat uit het oog te verliezen? Wie zorgt ervoor dat instellingen hun
opdrachten naar behoren uitvoeren? En wie durft ook binnen de eigen rangen
verantwoordelijkheid te eisen?
Een samenleving kan niet
functioneren wanneer rechten losgekoppeld worden van plichten, regels bestaan
zonder handhaving en verantwoordelijkheid telkens bij iemand anders wordt
gelegd.
Een samenleving zonder
grenzen dreigt haar houvast te verliezen. Een samenleving zonder
verantwoordelijk leiderschap verliest haar richting. En een burger die
voortdurend het gevoel krijgt dat hij moet betalen, gehoorzamen en zwijgen,
terwijl verantwoordelijken zelf buiten schot blijven, zal eerder vroeg dan laat
zijn vertrouwen verliezen.
Dat vertrouwen
herstellen lukt niet met slogans, persconferenties of alweer een nieuwe
commissie. Het vraagt eerlijk bestuur, consequente handhaving, respect voor de
burger en vooral: leiders die het goede voorbeeld geven.
Want een maatschappij
ontspoort niet alleen doordat mensen de regels overtreden. Ze ontspoort ook
wanneer degenen die de regels moeten bewaken hun verantwoordelijkheid niet
opnemen.
Misschien moeten we
stoppen met ons alleen af te vragen wat er allemaal fout loopt en eindelijk
beginnen eisen dat wie verantwoordelijk is, ook verantwoordelijkheid aflegt.
Een samenleving heeft
geen nood aan meer wegkijkers. Ze heeft nood aan leiders die durven leiden,
bestuurders die durven beslissen en verantwoordelijken die eindelijk doen
waarvoor ze aangesteld zijn.
Want gezag zonder
verantwoordelijkheid is hol. En leiderschap zonder daden is niets meer dan een
lege belofte.
HOELANG BLIJVEN WE NOG
TOEKIJKEN?
Geert Messiaen
Izegemseardeweg 198
8800 Roeselare